AOV kruidengeneesmiddel Groene thee-extract 250 mg (90% polyfenolen):
Toepassingsmogelijkheden
Voor het behoud van gezonde cellen en weefsels; ter bescherming tegen vrije radicalen; bij tabaksgebruik; voor een goede conditie van de bloedvaten; ter bevordering van de doorbloeding; helpt bij verlaging van het cholesterolgehalte; ter verhoging van de vetverbranding; voor een goede leverfunctie. Kan gebruikt worden bij artherosclerose, leverstoornissen. Is een virusremmer. Heeft een sterke anti-oxidant werking en belangrijke antitumor eigenschappen.
Samenstelling per capsule
- extract van de theeplant Camellia sinensis 250 mg Het extract bevat ten minste 90% polyfenolen en 60% catechinen.
Eigenschappen
Groene thee extract 250 mg bevat een hoge concentratie polyfenolen, waarvan bekend is dat ze een bijdrage kunnen leveren aan de goede conditie van de bloedvaten en de lever en dat ze eigenschappen bezitten ter bescherming tegen vrije radicalen, welke zeer krachtig is.
Het polyfenolencomplex in groene thee extract bevat voornamelijk flavonoïden. Andere in groene thee aanwezige substanties zijn koffiezuur, galzuur, syringinezuur en een relatief kleine hoeveelheid cafeïne. Groene thee is bovendien een goede bron van vitamine K.
Bij de productie van groene thee, een drank die vooral in Aziatische landen op grote schaal wordt gebruikt, wordt ervoor gezorgd dat oxidatie van de cathechines zoveel mogelijk wordt voorkomen. Dit is een essentieel verschil met de in het Westen gebruikelijke zwarte thee. Om de gewenste geur en smaak te verkrijgen wordt bij de productie van zwarte thee het oxidatieproces in de theebladeren juist bevorderd, hetgeen ertoe leidt dat een groot deel van de cathechines in andere verbindingen word omgezet.
In diverse studies is een verband geconstateerd tussen een hoge consumptie van groene thee en het behoud van een goede celdeling en van gezonde cellen en weefsels. Naast het feit dat groene thee een zeer krachtige vrije radicalen vanger is en daardoor gezonde cellen en weefsels beschermt, heeft deze stof een sterk remmend effect op de vorming van gevaarlijke nitroso verbindingen uit nitraat en nitriet.
Ook bij zware rokers die veel groene thee dronken werd een gunstige effect op het terugdringen van de vrije radicaal belasting waargenomen. De hoeveelheid lipide peroxidatie nam af tot het niveau van niet rokers.
Groene thee blijkt tevens een gunstig te zijn voor het hart en de bloedvaten, onder meer doordat het helpt bij de verlaging van het cholesterolgehalte. Zo werd in een Japans onderzoek vastgesteld dat het drinken van veel groene thee gepaard ging met beduidend lagere gehaltes aan triglyceriden en totaal cholesterol in het bloed. Bij een hoge consumptie van groene thee waren ook het schadelijke VLDL en LDL cholesterol verlaagd, terwijl het gunstige HDL cholesterol juist was verhoogd. In dit verband is tevens belangrijk dat groene thee extract een gunstige invloed heeft op de bloedsomloop en de doorbloeding bevordert.
Een hoge consumptie van groene thee helpt ook diverse aspecten van de leverstofwisseling te optimaliseren. Daarbij moet er echter wel rekening mee worden gehouden dat men door het drinken van grote hoeveelheden groene thee ook veel looizuur binnen krijgt, waardoor de opname van essentiële mineralen uit het spijsverteringskanaal kan worden belemmerd en op den duur zelfs nierbeschadigingen kunnen optreden. Daarom is het belangrijk dat AOV's Groene thee extract 250 mg géén looizuur bevat.
Aanbevolen dosering
2 x daags 1 capsule bij een maaltijd innemen, tenzij anders geadviseerd door een deskundige.
Veiligheid
Groene thee extract 250 mg is een veilig voedingssupplement. Ook van het gebruik van hoeveelheden die hoger zijn dan de richtlijndosering zijn geen schadelijke gevolgen bekend.
Verpakking en bewaring
60 of 180 capsules. Bij voorkeur op een koele, droge en donkere plaats bewaren.
ZI nr. 14625652 (60 caps)
ZI nr. 15244431 (180 caps)
Je kunt eventueel het Z-index-nummer van het door jou gekozen product doorgeven aan je zorgverzekeraar, zij weten je dan sneller te vertellen of een product wel of niet vergoed wordt.
Verpakking op een koele, droge en donkere plaats bewaren; buiten bereik van kinderen.
Groente, fruit en gezonde voeding zijn niet alleen nodig vanwege de vitaminen en mineralen. Ze bevorderen bv ook een goede spijsvertering. Je kunt daarom niet zomaar alle groente, fruit of gezonde voeding vervangen door vitaminen- en/of mineralensupplementen.
Raadpleeg bij twijfel altijd een (natuurkundig) arts of therapeut. Dit is geen loze kreet, maar is zeer serieus bedoeld.
Lees voor het gebruik van voedingssupplementen altijd de gebruiksaanwijzing en volg de aanwijzingen die daarin staan nauwgezet op, gebruik nooit meer dan de maximale dosering die in de gebruiksaanwijzing staat aangegeven, tenzij dat uitdrukkelijk en schriftelijk wordt voorgeschreven, meld eventuele zwangerschap en/of gebruik van andere middelen aan de webwinkel. Meld ook als je weet of vermoedt dat je allergisch (overgevoelig) bent voor een bepaald middel. Meld deze omstandigheden uiteraard voordat je de middelen gaat gebruiken
Deze productpagina(‘s) bevat(ten) informatie over voedingssupplementen, die als aanvulling op de voeding kunnen worden gebruikt. Voedingssupplementen zijn geen geneesmiddelen maar kunnen wel worden gebruikt als aanvulling op een behandeling of therapie.
De fabrikant en Anita’s Bjoetiesjop verklaren dat de informatie op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Echter, zij kunnen op geen enkele wijze instaan voor de volledigheid van of eventuele fouten in de teksten en aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelen en/of beslissingen, gebaseerd op de inhoud van deze productpagina(‘s).
Werking Camellia-sensis
Groene thee wordt al 5000 jaar in China gedronken. Het is van dezelfde plant afkomstig als zwarte thee. Groene thee bladeren worden echter licht gestoomd voordat ze worden gedroogd, waardoor de fermentatie-enzymen worden geïnactiveerd en fermentatie niet optreedt. Tijdens het fermenteren worden de gezondheidsbevorderende polyfenolen geoxideerd en worden caffeïne en de typische thee-aromastoffen van zwarte thee gevormd. Uit diverse epidemiologische studies naar de consumptie van ongefermenteerde groene thee komen sterke aanwijzingen voor een beschermend effect van groene thee bij een groot aantal ernstige aandoeningen.
30-40% van het drooggewicht van groene thee wordt uitgemaakt door de polyfenolen, die hoofdzakelijk voor de gezondheidseffecten verantwoordelijk lijken te zijn. Een gemiddelde kop groene thee bevat 50-150 mg polyfenolen. De polyfenolen in groene thee worden geclassificeerd als flavonoïden van het catechine-type. Typische groene thee catechines zijn onder meer epicatechine, gallocatechine, epigallocatechine en epigallocatechine-gallaat (EGCg). EGCg wordt beschouwd als de meest actieve component en is de best onderzochte inhoudsstof van groene thee.
Van de polyfenolen in groene thee zijn de volgende eigenschappen aangetoond:
- Antioxidatieve en vrije radicaal-vangende activiteit: polyfenolen hebben zeer krachtige antioxidatieve eigenschappen.
- Anticarcinogene werking: het anti-carcinogene effect van groene thee op de lever en andere organen wordt intensief onderzocht. In de wetenschappelijke belangstelling bevinden zich onder andere borstkanker, prostaatkanker, slokdarmkanker, maag-, pancreas- en colonkanker. De beschermende werking is waarschijnlijk terug te voeren op een aantal werkingsmechanismen: remming van carcinogeenactiverende enzymen, het wegvangen van reactieve tussenstadia van carcinogene stoffen, remming van de vorming van de zwaar kankerverwekkende nitrosamines (uit nitraat en nitriet), beïnvloeding van de signaaltransductie, celcommunicatie en -proliferatie, evenals het aanzetten van carcinogene cellen tot cellulaire zelfdoding (apoptose).
- Leverbeschermende werking: stimulatie van detoxificatiemechanismen, met name selectieve inductie of stimulatie van fase-I en fase-II metabolische enzymen die de formatie en uitscheiding van gedetoxificeerde metabolieten van carcinogenen bevorderen. Groene thee blijkt in een groot aantal studies de lever te beschermen tegen een grote hoeveelheid toxinen. Deels verantwoordelijk hiervoor zijn de catechinen, die krachtige antioxidanten zijn. Ze remmen de lipide-peroxidatie die door levertoxinen wordt geïnduceerd. Daarnaast blijken catechinen essentieel voor het handhaven van de redox-balans in de cel. De glucuronidatie, de belangrijkste fase-II ontgiftingsreactie in de lever, blijkt veel gemakkelijker te verlopen na toediening van groene thee.
- Antibacteriële en antivirale activiteit: de polyfenolen in groene thee (met name EGCG en EC) blijken antibacteriële eigenschappen te hebben. Gedacht wordt dat ze bacteriële membranen kunnen beschadigen.
Thee (vooral zwarte) is ook gebruikt in de behandeling van diarree en infecties als cholera en tyfus. Ook van groene thee is een effect tegen protozoën en virussen geconstateerd.
Verder zijn nog bekend van groene thee:
- Anticarcinogene (chemoprotectieve) werkingGroene thee wordt al 5000 jaar in China gedronken. Het is van dezelfde plant afkomstig als zwarte thee. Groene thee bladeren worden echter licht gestoomd voordat ze worden gedroogd, waardoor de fermentatie-enzymen worden geïnactiveerd en fermentatie niet optreedt. Tijdens het fermenteren worden de gezondheidsbevorderende polyfenolen geoxideerd en worden caffeïne en de typische thee-aromastoffen van zwarte thee gevormd. Uit diverse epidemiologische studies naar de consumptie van ongefermenteerde groene thee komen sterke aanwijzingen voor een beschermend effect van groene thee bij een groot aantal serieuze aandoeningen.
30-40% van het drooggewicht van groene thee wordt uitgemaakt door de polyfenolen, die hoofdzakelijk voor de gezondheidseffecten verantwoordelijk lijken te zijn. Een gemiddelde kop groene thee bevat 50-150 mg polyfenolen. De polyfenolen in groene thee worden geclassificeerd als flavonoïden van het catechine-type. Typische groene thee catechines zijn onder meer epicatechine, gallocatechine, epigallocatechine en epigallocatechine-gallaat (EGCg). EGCg wordt beschouwd als de meest actieve component en is de best onderzochte inhoudsstof van groene thee.
Van de polyfenolen in groene thee zijn de volgende eigenschappen aangetoond:
- Antioxidatieve en vrije radicaal-vangende activiteit: polyfenolen hebben zeer krachtige antioxidatieve eigenschappen.
- Anticarcinogene werking: het anti-carcinogene effect van groene thee op de lever en andere organen wordt intensief onderzocht. In de wetenschappelijke belangstelling bevinden zich onder andere borstkanker, prostaatkanker, slokdarmkanker, maag-, pancreas- en colonkanker. De beschermende werking is waarschijnlijk terug te voeren op een aantal werkingsmechanismen: remming van carcinogeenactiverende enzymen, het wegvangen van reactieve tussenstadia van carcinogene stoffen, remming van de vorming van de zwaar kankerverwekkende nitrosamines (uit nitraat en nitriet), beïnvloeding van de signaaltransductie, celcommunicatie en -proliferatie, evenals het aanzetten van carcinogene cellen tot cellulaire zelfdoding (apoptose).
- Leverbeschermende werking:
stimulatie van detoxificatiemechanismen, met name selectieve inductie of stimulatie van fase-I en fase-II metabolische enzymen die de formatie en uitscheiding van gedetoxificeerde metabolieten van carcinogenen bevorderen. Groene thee blijkt in een groot aantal studies de lever te beschermen tegen een grote hoeveelheid toxinen. Deels verantwoordelijk hiervoor zijn de catechinen, die krachtige antioxidanten zijn. Ze remmen de lipide-peroxidatie die door levertoxinen wordt geïnduceerd. Daarnaast blijken catechinen essentieel voor het handhaven van de redox-balans in de cel. De glucuronidatie, de belangrijkste fase-II ontgiftingsreactie in de lever, blijkt veel gemakkelijker te verlopen na toediening van groene thee.
- Antibacteriële en antivirale activiteit:
de polyfenolen in groene thee (met name EGCG en EC) blijken antibacteriële eigenschappen te hebben. Gedacht wordt dat ze bacteriële membranen kunnen beschadigen.
Thee (vooral zwarte) is ook gebruikt in de behandeling van diarree en infecties als cholera en tyfus. Ook van groene thee is een effect tegen protozoën en virussen geconstateerd.
Verder zijn nog bekend van groene thee:
- Anticarcinogene (chemoprotectieve) werking
- Werking op serumlipiden
- Werkingen op hart, bloeddruk en bloedstolling
- Bloedsuikerverlagende werking
- Antioxidatieve werking
- Werking op serumlipiden Werkingen op hart, bloeddruk en bloedstolling Bloedsuikerverlagende werking Antioxidatieve werking
Indicaties
- vrije radicaal pathologieën
- cardiovasculaire aandoeningen; hypercholesterolemie, atherosclerose
- infecties (bacterieel en viraal)
- leverfunctiestoornissen
Contra-indicaties
In de aangegeven dosering zijn van camellia sinensis extracten geen contra-indicaties bekend.
Bijwerkingen
De meest voorkomende neveneffecten van groene thee zijn slapeloosheid, onrust en nervositeit, veroorzaakt door de cafeïne in groene thee. Het stimulerende effect van groene thee is echter duidelijk minder dan dat van koffie. Gemiddeld bevat een kop groene thee 50 mg caffeïne, koffie kan tot 150 mg caffeïne bevatten.
Andere bijwerkingen van groene thee zijn, ook in hoge doseringen, niet geconstateerd. Ook de 5000 jaar lange ervaring met het drinken van groene thee heeft geen bijwerkingen aan het licht gebracht.
Interacties
Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.
Referenties
1. Green tea. Altern Med Rev 2000 Aug;5(4):372-5 2000; 5: 372-375.
2. Brown MD. Green tea (Camellia sinensis) extract and its possible role in the prevention of cancer. Altern Med Rev 1999; 4: 360-370.
3. Hamilton-Miller JM. Anti-cariogenic properties of tea (Camellia sinensis). J Med Microbiol 2001 Apr;50(4):299-302 2002; 50: 299-302.
4. Hayashi K, Sagesaka YM, Suzuki T, Suzuki Y. Inactivation of human type A and B influenza viruses by tea-seed saponins. Biosci Biotechnol Biochem 2000 Jan;64(1):184-6 2002; 64: 184-16.
5. Higashi-Okai K, Yamazaki M, Nagamori H, Okai Y. Identification and antioxidant activity of several pigments from the residual green tea (Camellia sinensis) after hot water extraction. J UOEH 2001 Dec 1;23(4):335-44 2002; 23: 335-44.
6. Katiyar SK, Mukhtar H. Tea antioxidants in cancer chemoprevention. J Cell Biochem Suppl 1997; 27: 59-67.
7. Luper S. A review of plants used in the treatment of liver disease: part two. Altern Med Rev 1999; 4: 178-188.
8. Mitscher LA, Jung M, Shankel D, Dou JH, Steele L, Pillai SP. Chemoprotection: a review of the potential therapeutic antioxidant properties of green tea (Camellia sinensis) and certain of its constituents. Med Res Rev 1997; 17: 327-65.
9. Otake S, Makimura M, Kuroki T, Nishihara Y, Hirasawa M. Anticaries effects of polyphenolic compounds from Japanese green tea. Caries Res 1991; 25: 438-43.
10. Rasheed A, Haider M. Antibacterial activity of Camellia sinensis extracts against dental caries. Arch Pharm Res 1998; 21: 348-52.
11. Shim JS, Kang MH, Kim YH, Roh JK, Roberts C, Lee IP. Chemopreventive effect of green tea (Camellia sinensis) among cigarette smokers. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 1995; 4: 387-91.
12. Tewari S, Gupta V, Bhattacharya S. Comparative study of antioxidant potential of tea with and without additives. Indian J Physiol Pharmacol 2000 Apr;44(2):215-9 2002; 44: 215-29.
13. Weisburger JH. Tea and health: a historical perspective. Cancer Lett 1997; 114: 315-37.
14. Yang CS, Chung JY, Yang G, Chhabra SK, Lee MJ. Tea and tea polyphenols in cancer prevention. J Nutr 2000 Feb;130(2S Suppl):472S-478S 2002; 130: 472S-478S..
15. Yang CS, Chung JY, Yang GY, Li C, Meng X, Lee MJ. Mechanisms of inhibition of carcinogenesis by tea. Biofactors 2000;13(1-4):73-9.
|