preparaten - Betaïne 640 mg/pepsine 45 mg:
Met dit supplement kan iets van de verloren zuurcapaciteit van de maag worden teruggekregen en het helpt aldus de vertering van voedsel. Dit product is gunstig voor mensen die zeker willen zijn van de aanwezigheid van voldoende maagzuur.
Samenstelling per tablet
- betaïne HCl 640 mg
- pepsine 45 mg
Toepassingen
- Goed voor de spijsvertering
- Bij een vol gevoel in de maag
Eigenschappen
Met het klimmen der jaren wordt ons lichaam langzamer en dit geldt evenzeer voor onze maag. De maagzuurproductie wordt minder, maar blijft essentieel voor de afbraak van het voedsel. Daarnaast zijn er ook andere oorzaken voor een verminderde productie van maagzuur.
Maagzuur heeft verschillende functies; het steriliseert bijvoorbeeld het geconsumeerde voedsel, maakt het zuur, activeert de krachtige protease (eiwitsplitser) pepsine en zorgt ervoor dat vitamine B12 aan voedingsmiddelen kan worden onttrokken. Hierna komt het voedsel in de ingewanden, waar het verder wordt omgezet in de verschillende voedingsstoffen.
Met dit supplement kan iets van de verloren zuurcapaciteit van de maag worden teruggekregen en het helpt aldus de vertering van voedsel. Dit product is gunstig voor mensen die zeker willen zijn van de aanwezigheid van voldoende maagzuur.
Veiligheid
Betaïne en pepsine zijn veilige nutritionele stoffen. Ook van het gebruik van hoeveelheden die hoger zijn dan de richtlijndosering zijn geen schadelijke gevolgen bekend.
Aanbevolen dosering
1-2 capsules bij elke maaltijd om de eiwitvertering te ondersteunen, tenzij anders geadviseerd door een deskundige.
Slik de capsules door zonder kauwen. Kauwen van de capsules kan het tand-email beschadigen.
Waarschuwing
Niet aan kinderen geven. Gebruik van betaïne en pepsine tijdens de zwangerschap of de borstvoeding wordt afgeraden.
Niet te gebruiken door mensen met maagzweren of bij wie het vermoeden bestaat dat er maagzweren aanwezig zijn.
Verpakking en bewaring
120 capsules. Bij voorkeur op een koele, droge en donkere plaats bewaren.
ZI nr. 14736322
Je kunt eventueel het Z-index-nummer van het door jou gekozen product doorgeven aan je zorgverzekeraar, zij weten je dan sneller te vertellen of een product wel of niet vergoed wordt.
Groente, fruit en gezonde voeding zijn niet alleen nodig vanwege de vitaminen en mineralen. Ze bevorderen bv ook een goede spijsvertering. Je kunt daarom niet zomaar alle groente, fruit of gezonde voeding vervangen door vitaminen- en/of mineralensupplementen.
Raadpleeg bij twijfel altijd een (natuurkundig) arts of therapeut. Dit is geen loze kreet, maar is zeer serieus bedoeld.
Lees voor het gebruik van voedingssupplementen altijd de gebruiksaanwijzing en volg de aanwijzingen die daarin staan nauwgezet op, gebruik nooit meer dan de maximale dosering die in de gebruiksaanwijzing staat aangegeven, tenzij dat uitdrukkelijk en schriftelijk wordt voorgeschreven, meld eventuele zwangerschap en/of gebruik van andere middelen aan de webwinkel. Meld ook als je weet of vermoedt dat je allergisch (overgevoelig) bent voor een bepaald middel. Meld deze omstandigheden uiteraard voordat je de middelen gaat gebruiken
Deze productpagina(‘s) bevat(ten) informatie over voedingssupplementen, die als aanvulling op de voeding kunnen worden gebruikt. Voedingssupplementen zijn geen geneesmiddelen maar kunnen wel worden gebruikt als aanvulling op een behandeling of therapie.
De fabrikant en Anita’s Bjoetiesjop verklaren dat de informatie op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Echter, zij kunnen op geen enkele wijze instaan voor de volledigheid van of eventuele fouten in de teksten en aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelen en/of beslissingen, gebaseerd op de inhoud van deze productpagina(‘s).
Werking Betaïne
Trimethylglycine (betaïne) is een aan choline verwante stof. Choline (tetramethylglycine) bevat vier methylgroepen en betaïne (trimethylglycine) drie.
Belangrijke bronnen van betaïne zijn vis, bieten, broccoli, spinazie en peulvruchten. De vorm van betaïne die meestal in voedingssupplementen wordt gebruikt is betaïne-HCl. In deze vorm is het vooral bedoeld als bron van HCl (zoutzuur) voor mensen die ondersteuning willen hebben bij het behoud van een normale zuurgraad in de maag. In doses die nodig zijn voor de hieronder beschreven toepassingen, zou er bij gebruik van Betaïne-HCl teveel HCl (zuur) vrijkomen.
Veel wijnen bevatten betaïne, met name de goedkopere soorten die bietsuiker gebruiken om het alcoholpercentage te verhogen. Mogelijk is hier één van de oorzaken te zoeken van de Franse paradox: Fransen hebben een relatief goede conditie van hart- en bloedvaten, ondanks een voeding die rijk is aan (verzadigd) vet. De dagelijkse inname van betaïne via de voeding varieert tussen de 0,5 en 2 gram per dag.
Functies van betaïne zijn de volgende:
- Methyldonor: Methylgroepen spelen een belangrijke rol op diverse plaatsen in de stofwisseling. De mate waarin het lichaam tot methylering in staat is, bepaalt het activeren en deactiveren van een groot aantal belangrijke lichaamsstoffen. Dit vermogen neemt af naarmate men ouder wordt.
Betaïne zelf bevat drie methylgroepen (Tri-Methyl-Glycine). Wanneer daarvan een methylgroep wordt afgesplitst, wordt dimethylglycine (DMG, ook wel vitamine B15) gevormd. Deze methylgroep kan worden gebruikt om homocysteïne af te breken (te methyleren), waarbij methionine en uiteindelijk SAMe wordt gevormd.
Naast remethylering van homocysteïne met behulp van foliumzuur en vitamine B12, is remethylering van homocysteïne door TMG de enige andere bekende manier waarop het lichaam homocysteïne kan remethyleren. Deze reactie is niet afhankelijk van foliumzuur en vitamine B12. Om deze reden is TMG bijzonder belangrijk voor mensen bij wie foliumzuur (bijvoorbeeld om genetische redenen) niet het gewenste gevolg oplevert. TMG kan uit choline worden gevormd door oxidatie in de lever. Veel van de beschikbare choline wordt echter voor andere processen in het lichaam gebruikt, waaronder de vorming van fosfatidylcholine (membraancomponent), sphingomyeline en de neurotransmitter acetylcholine. Wanneer het vooral gaat om de methylering en de invloed op het homocysteïnegehalte is TMG daarom geschikter dan choline. De gunstige invloeden op het cardiovasculair systeem die aan lecithine (belangrijke bron van choline) worden toegeschreven, zijn waarschijnlijk voor een belangrijk deel te danken aan het feit dat choline omgezet kan worden in TMG.
- Bron van DMG:
DMG (Di-Methyl-Glycine) is ook onder andere namen bekend: zoals vitamine B15 en pangaamzuur of calciumpangamaat. Het is vrijwel identiek met TMG, behalve dan dat TMG drie methylgroepen bevat en DMG twee. Er is ook overlap in toepassingsgebied, met als uitzondering dat DMG geen invloed heeft op het homocysteïnegehalte. Eén van de belangrijkste rollen van DMG (vitamine B15) is de ondersteuning van het zenuwstelsel. DMG heeft een zenuwversterkende invloed, met name bij kinderen. Over het exacte mechanisme is nog niet zoveel bekend.
- Verbeteren oxidatieve ademhaling: DMG is een populair product bij Russische atleten en kosmonauten, omdat het op cellulair niveau zou bijdragen aan een goede oxidatieve ademhaling. Mede daardoor zou het vermoeidheid verminderen en een gunstige invloed hebben op het uithoudingsvermogen. Ook DMG kan weer een methylgroep afstaan, waarbij monomethylglycine (ook wel sarcosine genoemd) wordt gevormd. Trimethylglycine, dimethylglycine en monomethylglycine zijn allen tussenstappen in de omzetting van choline (4 methylgroepen: tetramethylglycine) naar glycine.
- Betaïne speelt een rol in het verlagen van het homocysteïnegehalte. Homocysteïne is een stofwisselingsproduct van methionine dat, als het onvoldoende wordt afgebroken, ongunstig inwerkt op de conditie van hart- en bloedvaten. In bepaalde gevallen blijkt het homocysteïnegehalte moeilijk of niet omlaag gebracht te kunnen worden met behulp van foliumzuur, vitamine B6 en vitamine B12. Met behulp van betaïne reageert het homocysteïnegehalte in die gevallen vaak wel, omdat TMG een heel andere rol speelt in de homocysteïnestofwisseling. Voor een dergelijk resultaat zijn doseringen van ongeveer 6 gram per dag nodig. Doseringen in de buurt van de hoeveelheid die men dagelijks via de voeding binnenkrijgt (0,5 - 2 gram per dag) hebben maar af en toe het gewenste resultaat.
In normale situaties, of bij suppletie van andere methyldonoren, is er van betaïne echter niet veel homocysteïneverlagende invloed te verwachten.
- Carnitinesynthese: Betaïne speelt ook een rol bij de synthese van carnitine.
- Leverbescherming: Betaïne wordt vaak een lipotrope factor genoemd, omdat het de lever helpt bij de verwerking van vetten (lipiden). Bij de stofwisseling van vetten in de lever speelt methylering een belangrijke rol. Betaïne kan daarbij optreden als methyldonor.
Contra-indicaties
Er zijn geen gegevens bekend over de veiligheid van betaïne tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding.
Bijwerkingen
Bij mensen met een zeldzame deficiëntie van het enzym demethylglycinedehydrogenase kan TMG een onaangename lichaamsgeur veroorzaken.
Dosering
Voor een goed homocysteïnegehalte wordt vaak een relatief hoge dosering betaïne ingezet: 6 gram poeder per dag, verdeeld over de dag in te nemen. Betaïne kan het beste bij de maaltijd worden ingenomen. Ter ondersteuning van hart- en bloedvaten is een dosering van een halve of hele gram in principe voldoende.
Ter ondersteuning van de lever (bijvoorbeeld bij intensief alcoholgebruik) is de aanbevolen dosering 1 tot 2 gram poeder per dag. Lagere doseringen worden gebruikt als algehele ondersteuning van de leverfunctie.Voor kinderen kan de dosering het beste worden uitgerekend op basis van lichaamsgewicht, er van uitgaande dat de adviesdosering voor volwassenen geldt voor een persoon van 70 kg. Raadpleeg voor jouw specifieke dosering een arts of therapeut!
Referenties
Barak AJ, Beckenhauer HC, Tuma DJ. Betaine, ethanol, and the liver: a review. Alcohol 1996;13:395-8.
Graber CD, Goust JM, Glassman AD, et al. Immunomodulating properties of dimethylglycine in humans. J Infect Dis. 1981; 143:101-105.
Holme E, Kjellman B, Ronge E. Betaine for treatment of homocystinuria caused by methylenetetrahydrofolate reductase deficiency. Arch Dis Child. 1989 Jul;64(7):1061-4.
Kishi T, et al. Effect of betaine on S-adenosylmethionine levels in the cerebrospinal fluid in a patient with methylenetetrahydrofolate reductase deficiency and peripheral neuropathy . J Inherit Metab Dis. 1994; 17(5): 560-565.
Knopman D, Patterson M. An open-label, 24-week pilot study of the methyl donor betaine in Alzheimer disease patients. Alzheimer Dis Assoc Disord. 2001 Jul-Sep;15(3):162-5.
Mar MH, Zeisel SH. Betaine in wine: answer to the French paradox? Med Hypotheses . 1999;53(5):383-385.
Olthof MR. Betaine Research Update: Low dose betaine supplementation leads to immediate and long term lowering of plasma homocysteine in healthy men and women. J Nutr. 2003 Dec;133(12):4135-8.
Wendel U, Bremer HJ. Betaine in the treatment of homocystinuria due to 5,10-methylenetetrahydrofolate reductase deficiency. Eur J Pediatr 1984;142:147-50.
Steenge GR, Verhoef P, Katan MB. Betaine supplementation lowers plasma homocysteine in healthy men and women. J Nutr. 2003 May;133(5):1291-5.
Schwahn BC et al. Pharmacokinetics of oral betaine in healthy subjects and patients with homocystinuria. Br J Clin Pharmacol. 2003 Jan;55(1):6-13.
Liet JM et al. The effect of short-term dimethylglycine treatment on oxygen consumption in cytochrome oxidase deficiency: a double-blind randomized crossover clinical trial. J Pediatr. 2003 Jan;142(1):62-6.
Schwab U et al. Betaine supplementation decreases plasma homocysteine concentrations but does not affect body weight, body composition, or resting energy expenditure in human subjects. Am J Clin Nutr. 2002 Nov;76(5):961-7.
Patrick L. Nonalcoholic fatty liver disease: relationship to insulin sensitivity and oxidative stress. Treatment approaches using vitamin E, magnesium, and betaine. Altern Med Rev. 2002 Aug;7(4):276-91.
Knopman D, Patterson M. An open-label, 24-week pilot study of the methyl donor betaine in Alzheimer disease patients. Alzheimer Dis Assoc Disord. 2001 Jul-Sep;15(3):162-5.
Kidd PM. Autism, an extreme challenge to integrative medicine. Part 2: medical management. Altern Med Rev. 2002 Dec;7(6):472-99.
|